zondag 7 juni 2015

Hoorzitting Hart boven Hard: de dubbele agenda van 'de academische wereld'

Bruno Vermeeren (VVBAD) en Evi Gillard (VVC) tijdens de hoorzitting

De bijdrage van de academische wereld, verpersoonlijkt in de figuur van professor De Rynck, ontbreekt in het verslag van Bieke Purnelle op De Wereldmorgen over de hoorzitting in de commissie Cultuur op donderdag 4 juni 2015. Nochtans vormde de bijdrage van De Rynck in meer dan een opzicht het sluitstuk van de zitting. Het loont dan ook de moeite om stil te staan bij zijn bijdrage, die voortbouwde op zijn opiniestuk De onheilsprofeten van het middenveld De Standaard van 28 mei 2015. Zoals bekend waren de plannen van de Vlaamse overheid om steden en gemeenten verregaande autonomie te geven, het onderwerp van de zitting.

De Rynck, professor sociale wetenschappen aan de Universiteit Gent, bracht een dubbele boodschap. Decreten, zo stelde hij, maken een levenscyclus door van een sterke centrale aansturing, over een planmatige aanpak met een grotere beleidsruimte, naar decentralisatie. In dat proces bouwt elke nieuwe fase voort op de verworvenheden van de voorgaande. De Rynck zelf gebruikte het voorbeeld niet, maar de evolutie die de bibliotheeksector doormaakte, illustreert wel zijn betoog. Het eerste bibliotheekdecreet uit 1978 was sterk sturend. Het bevatte normen over personeel, grootte en aard van de collectie en zelfs de inrichting van de bibliotheek. Tegen de eeuwwisseling was het een keurslijf geworden. De sector verwelkomde dan ook de overgang naar het decreet Lokaal Cultuurbeleid. Dat gaf meer beleidsruimte, weliswaar binnen het kader van eerst een sectoraal beleidsplan voor de bib en later een algemeen cultuursbeleidplan. Met de overheveling van de subsidies naar het gemeentefonds, zijn we aanbeland in de laatste fase van de decentralisatie. Een logische stap, volgens De Rynck, en aangezien de sector zich dankzij de voorgaande fases sterkt ontwikkeld heeft, een met een beperkt risico.

Tegelijkertijd wees De Rynck al bij het begin van zijn uiteenzetting op een tweede belangrijke bevinding: decentralisatie gaat (meestal) gepaard met een vorm van schaalvergroting. Die kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. Fusies tussen gemeenten zijn een mogelijkheid. Een gemiddelde gemeente in Vlaanderen telt 18.000 inwoners, in Nederland zijn dat er 40.000, in Denemarken zelfs meer dan 50.000. Er zijn ook andere modellen te bedenken. De Rynck haalde het voorbeeld zelf niet aan, maar in Nederland zijn bibliotheken meestal stichtingen die meer dan één gemeente bedienen. Hun werkingsgebied is er dus in de praktijk meestal nog groter.

De Rynck verdedigde dus de plannen van de regering, maar niet zonder daar een belangrijke kanttekening bij te maken. Bovendien herhaalde hij enkele malen dat hij verwacht dat er "ongelukken" zullen gebeuren als die plannen doorgezet worden.

Kanttekeningen

De Rynck presenteerde de levenscyclus van decreten als een fysische wetmatigheid. Zoals water bevriest bij temperaturen onder nul en daarbij uitzet en zo in bergstreken lawines veroorzaakt, zo maken een decreten een proces door van centralisatie naar decentralisatie en kunnen ongelukken niet vermeden worden. Nochtans sprak hij in het Vlaams parlement, voor een publiek dat decreten schrijft, tijdens een hoorzitting die juist handelde over de mogelijke gevolgen van een nieuw decreet en hoe die eventueel vermeden kunnen worden. In tegenstelling tot natuurwetten kunnen decreten bijgestuurd worden, maar de professor leek niet geïnteresseerd in de vraag hoe ongelukken vermeden kunnen worden.

Of misschien toch wel: schaalvergroting zou immers soelaas kunnen bieden. Diensten moeten bekeken worden op regionale schaal en de schotten tussen de beleidsdomeinen worden best doorbroken. Die vaststelling is niet nieuw. Het Witboek Interne Staatshervorming (pdf) dat de vorige regering opstelde onder impuls van minister van bestuurszaken Geert Bourgeois, vond de beperkte bestuurskracht van lokale besturen al een probleem. Inmiddels is Geert Bourgeois minister-president van de Vlaamse regering. Fusies tussen gemeenten staan echter niet in het regeerakkoord. Wat daar wel in staat? Dat de bevoegdheden van de provincies drastisch ingeperkt worden. Nochtans ontwikkelen zich van daaruit heel wat interessante regionale initiatieven. Tot daar het politieke debat over schaalvergroting. De Rynck besefte blijkbaar goed genoeg dat het niet het juiste moment is om te pleiten voor een sterk Vlaams initiatief op dit vlak. En daarmee is meteen ook duidelijk dat hij een politiek spel speelt.

Dubbele agenda

Zijn uitspraak uit De Standaard dat het middenveld conservatiever klinkt dan de politici, heeft De Rynck in het parlement niet meer herhaald. Hij heeft er de politici wel op gewezen dat de stem van "koepels, professionelen en het middenveld" niet neutraal is. Ook zij hebben belangen en macht. De opmerking was lichtjes overbodig: de politici nodigen organisaties uit voor een hoorzitting, onder meer om kennis te nemen van hun standpunten. De meeste organisaties die uitgenodigd waren omschrijven zich onder meer als "belangenorganisatie". Dat zij in hun betoog de belangen van hun achterban verdedigen, is bezwaarlijk een 'verborgen' agenda te noemen.

De retorische truc van professor De Rynck is echter een boemerang. Want ook de academische wereld beschikt over belangen en macht. Zo is het opvallend dat op de hoorzitting maar één academicus het woord mocht nemen. Nochtans had professor Luc Huyse in De Standaard ('Vertrouwen is goed, besparen is beter?', 30 mei 2015) laten blijken dat hij het niet eens was met De Rynck. Het betoog van De Rynck wordt zo ingeschreven in een uitermate politiek discours. Of hij zelf daarbij academische dan wel politieke belangen dient, maakt weinig uit. Een objectieve bijdrage was het allerminst