woensdag 24 juni 2015

Gereglementeerde boekenprijs: twee argumenten pro en wat open vragen

Op kenniskantoor werd de vraag gesteld of er zelfs maar één argument is om vanuit de bibliotheeksector een gereglementeerde boekenprijs met een korting van maximaal 15 procent te aanvaarden. Wel, laat ons er even van uitgaan dat bibliothecarissen werken vanuit liefde voor het boek, voor lezen. Dat ze het belang inzien van leesbevordering. Dan mogen we ook verwachten dat ze voorstander zijn van een rijk en divers aanbod aan boeken, ook in niches en 'moeilijke' genres en dat ze het wenselijk vinden dat lezers ruime toegang hebben tot boeken, via een fijnmazig net van bibliotheken en een diversiteit aan boekhandels en verkooppunten. Met andere woorden: we gaan ervan uit dat bibliotheken zich wel kunnen vinden in de doelstellingen van een gereglementeerde boekenprijs. Maar heeft die maatregel dan ook effect?

Deze week nog lanceerde Amazon het voorstel om auteurs te betalen per gelezen bladzijde in plaats van per boek. Weinig waarschijnlijk dat het belang van de auteur hierbij voorop staat. En diezelfde boekverkoper besliste een tijd geleden om geen boeken van uitgeverij Hachette meer te verkopen, na een dispuut over de prijszetting van e-boeken. Hachette was groot en sterk genoeg om het pleit te winnen, maar het is duidelijk dat de positie van Amazon zo sterk is, dat het zijn leveranciers onder druk zet om optimale voorwaarden te krijgen. Wat geldt op de markt van de e-boeken, geldt ook op die van het fysieke boek. Carrefour deed eigenlijk net hetzelfde tijdens de hoorzitting in het Vlaams parlement, eerder deze week. De supermarktketen dreigde om aanzienlijk minder boeken te bestellen bij Lannoo en Van Halewijck - allebei met naam genoemd - als er een gereglementeerde boekenprijs zou komen. Ik herinner me een hallucinant gastcollege aan de opleiding Informatie- en Bibliotheekwetenschap waar de CEO van een grote Vlaamse boekhandelsketen haarfijn kwam uitleggen hoe hij zijn leveranciers het mes op de keel zette om optimale voorwaarden af te dwingen. Het zijn de boekhandels - of beter: de grote boekverkopers - die de uitgevers wurgen, iets wat vertegenwoordigers van Boek.be moeilijk op een hoorzitting kunnen verkondigen. Opvallend overigens met welke schaamteloosheid dominante marktspelers uitpakken met de manier waarop zij hun positie uitbuiten. De druk op de leveranciers maakt dat dezeminder risico kunnen nemen. Moeilijke genres en onbekende auteurs krijgen minder kansen. Uitgevers willen alleen nog investeren in boeken die gegarandeerd verkopen. Allicht betekent dit ook een geleidelijke prijsstijging: als de grote boekverkoper(s) een groter deel van de koek opeisen, moet de uitgever dat compenseren met grotere marges elders. Er is dan ook reden om aan te nemen dat Jef Maes van Boek.be gelijk heeft, als hij stelt dat een gereglementeerde boekenprijs niet leidt tot prijsstijgingen.

Maar stel dat we toch niet wakker liggen van een ruim en divers aanbod aan titels en de problemen van de uitgevers? We genieten gewoon van de grote kortingen die we krijgen. Dan moeten we beseffen dat we die kortingen niet krijgen uit liefdadigheid. Ze passen in een strategie om marktaandeel te vergroten. In die strategie geldt elke sluiting, elk faillissement van een concurrent als een overwinning. We moeten er niet aan twijfelen dat de strategie zal veranderen zodra een speler zich sterk genoeg voelt. Na het vergroten van het marktaandeel komt het optimaliseren van de winst: minder kortingen, snoeien in de kosten (lees: de dienstverlening). Dat komt op een moment dat voor de klant de keuzevrijheid drastisch ingeperkt is. Wie twijfelt aan de geldigheid van deze redenering, moet even een kijkje nemen bij de wetenschappelijke bibliotheken. Er zijn heel veel wetenschappelijk uitgevers. Toch is er sprake van een monopoliepositie: wetenschappelijke tijdschriften zijn geordend in een strikte hiërarchie en een zichzelf respecterende wetenschappelijke instelling kan niet zonder de toptijdschriften in haar domein. Voor 2015 worden hier prijsstijgingen verwacht van vijf tot zeven procent en het gaat al jaren aan dat tempo. Hier zijn het de uitgevers die de bibliotheken wurgen. Petities en boycotacties en zelf de ontwikkeling van een heel nieuw model voor  wetenschappelijke publicaties, hebben daar tot nog toe niets aan kunnen veranderen.

Redenen genoeg, denk ik, om voor een status quo te pleiten. Dat is eigenlijk wat Jan Braeckman en ikzelf gedaan hebben op de hoorzitting. Een getrapt systeem met hogere kortingen voor grotere aanbestedingen sluit nauw aan bij de huidige manier van werken van vele bibliotheken. De impact op de collectiebudgetten zou beperkt blijven, terwijl de excessen in de kortingenslag afgeblokt worden.

Maar laat mij afsluiten met wat open vragen:

1. Zou het kunnen dat we op langere termijn baat hebben bij een meer drastische ingreep? We zouden dan nu de beperking tot 15 procent slikken om binnen vijf tot tien jaar een meer divers landschap van leveranciers te hebben, met meer innovatie en meer keuze. Toegegeven, het is een gok. Maar over de noodzaak aan een nulmeting en een evaluatie op regelmatige basis was zelfs Carlo Van Baelen het met ons eens. Er zou dus bijgestuurd moeten worden als het anders loopt dan verhoopt.

2. Ik heb een leverancier nog niet zo lang geleden horen beweren dat we in Vlaanderen te veel geld spenderen aan personeel en te weinig aan collectie. Nederland is dan uiteraard het gidsland. Het zou uiteraard kunnen dat de leverancier meer bezorgd wat over de afzet van boeken dan over werking van de bibliotheek. Het lijkt me toch redelijk om de vraag te stellen hoe ver we willen gaan om rijke en diverse collecties te behouden in onze bibliotheken. Collectie boven personeel? Eerder omgekeerd? (Gesteld dat de bibliothecaris de keuze heeft, uiteraard). Het wordt op vele plekken een reëel dilemma.

3. Je zou de zaken zelfs kunnen door trekken en de vraag stellen: wat is de minimale collectie die we nog nodig hebben om een kwaliteitsvolle bibliotheekwerking te kunnen ontwikkelen? De klemtoon ligt dan niet meer op wat we in huis willen hebben, maar op wat we willen doen (en welk materiaal we daarvoor nodig hebben). Om het met R. David Lankes te zeggen "a room full of books is simply a closet but that an empty room with a librarian in it is a library". Wat dan meteen een goede reden was om hem als keynote uit te nodigen op Informatie aan Zee.