woensdag 15 april 2015

Minister zonder visie?



Gemeenten mogen hun bibliotheek opdoeken’ blokletterde De Standaard op 12 maart 2015 op de voorpagina. Het nieuws leidde tot een storm aan reacties. Voor de sector zelf was het nochtans geen verrassing. Het regeerakkoord legde immers al vast dat de financiering van de lokale besturen voortaan via het Gemeentefonds moest gebeuren. Dat dit een verregaande impact zou hebben op het lokale cultuurbeleid, stond in de sterren geschreven. Dat nieuws is nu duidelijk doorgedrongen bij het grote publiek. En nu?

Reconstructie

De Standaard beperkte zich op 12 maart niet tot de voorpagina. Geert Sels ging in de cultuurbijlage dieper in op de problematiek, maar bovenal wijdde Guy Tegenbos een editoriaal aan het thema. Alle kranten pikten het nieuws op en daar bleef het niet bij. Luc Martens, voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), mocht in De Ochtend op Radio 1 komen uitleggen dat het zo’n vaart niet zou lopen. De burger moest vertrouwen hebben in de lokale besturen. Een boodschap die minister Sven Gatz ook in De zevende dag mocht verkondigen. De burgers waren er duidelijk minder gerust op, getuige de vele reacties op sociale media en in de pers. Zes bibliotheekgebruikers getuigden in De Standaard over het belang van de bibliotheek in hun leven. Onder hen Iwein Segers, Jeroen Olyslaegers en Eva Mouton. In De Morgen fulmineerden Maarten Inghels en Yves Desmet tegen de beslissing. In dezelfde krant verscheen ook een sterk opiniestuk van het Boekenoverleg. Dat verenigt alle actoren uit het boekenvak, waaronder Boek.be, de Vlaamse Auteursvereniging, Stichting Lezen en de VVBAD.

De argumenten waarmee de beslissing verdedigd wordt, zijn eerder mager. De burger moet vertrouwen hebben in de lokale besturen, zeggen de politici. Ondertussen circuleert er een documentaire op YouTube over het beslissingsproces rond BIEB++, een megaproject nabij het station van Utrecht waarvan de nieuwe bibliotheek een belangrijk onderdeel zou moeten worden. De film illustreert mooi hoe partijen bochten nemen, coalities wisselen en een nieuwe mandataris een genomen beslissing vakkundig kan kelderen. En in het Vlaams parlement wordt gedebatteerd over de structurele onbestuurbaarheid van gemeenten. Onder meer Borgloon, Turnhout, Putte en Denderleeuw hadden hier al mee te kampen. “De maatregel is een extra voedingsbodem voor wantrouwen”, meldt de VVSG op haar website.

Minister Gatz wijst verder op het belang van innovatie in de bibliotheeksector. Dat is een argument dat Luc Martens, burgemeester van Roeselare, ook graag bovenhaalt. In zijn stad opende nog niet zo lang geleden ARhus de deuren. Een voorbeeld dat aantoont dat de sector weldegelijk innoveert, zoals onder meer ook blijkt uit die nieuwe belevenisbibliotheek in Brussel en die zaadjes die in Londerzeel gepland werden. De valse start van e-boeken in de bib en de langzame introductie van RFID in de sector, tonen dan weer aan dat innovatie niet altijd vanzelf komt. Ruim twaalf jaar nadat de eerste bibliotheken overschakelden op zelfbediening, kan je de technologie bezwaarlijk nog vernieuwend noemen. Maar ondanks alle inspanningen is ze nog niet overal ingeburgerd.

Oorverdovende stilte

Als minister Gatz die innovatie zo belangrijk vindt, dan hadden we op zijn minst verwacht dat hij van alle persaandacht gebruik zou maken om uit te leggen hoe hij die vernieuwing in de sector gaat ondersteunen. Maar het blijft oorverdovend stil. Het enige dat we weten, is dat er flink bespaard wordt op de bovenbouw, dat LOCUS en Bibnet fusioneren en dat de digitale uitdagingen de focus worden van de nieuwe organisatie. Daarmee dreigt innovatie verengd te worden tot een technologisch verhaal, alsof de uitdagingen niet groter zijn dan dat.

Organisatorisch, bijvoorbeeld. Filip De Rynck wees er in een opiniestuk in De Standaard op dat er wel logica in zit om de verantwoordelijkheid voor de bibliotheken weg te halen bij de “armlastige gemeenten”. Hij pleit voor “een meer rationeel bedachte en efficiëntere, streekgerichte hertekening van het bibliotheeknetwerk, waarbij de gemeentelijke grenzen niet langer de norm kunnen zijn”. “Maar”, zo eindigt hij zijn stuk, “zonder sterke sturing en dwingende aansporingen van autonome gemeenten zal dat niet lukken”. Helaas, als Sven Gatz al een visie heeft over regionale samenwerking tussen openbare bibliotheken, dan houdt hij die angstvallig voor zich. De enige visie waarover gesproken wordt, is een negatieve: geen persoonsgebonden bevoegdheden meer voor de provincies. Terwijl de Vlaamse regering probeert om een inventaris te maken van provinciale bevoegdheden — en middelen — die overgedragen moeten worden, zijn sommige provincies al begonnen met de ontmanteling. De Gazet van Antwerpen en Het Nieuwsblad berichtten zo over het stopzetten van de subsidies voor het interbibliothecair leenverkeer door de provincie Antwerpen. Ondertussen worden termen als ‘regionaal’ en ‘provinciaal’ stilaan taboe, al lijkt iedereen zich er wel van bewust dat er ‘iets’ moet gebeuren in de ‘tussenruimte’ tussen Vlaamse overheid en lokale besturen.

De minister heeft zijn visienota over de kunstensector geagendeerd in het Vlaams parlement en hij heeft de cultureel-erfgoedsector gemobiliseerd om mee te werken aan een visie op het cultureel-erfgoedbeleid. Over een visie op het lokaal cultuurbeleid lijkt hij zich niet druk te maken. Misschien kunnen we hem dat ook niet kwalijk nemen. Zijn partij heeft het regeerakkoord niet mee onderhandeld en ze is ook niet nodig voor een numerieke meerderheid in het Vlaams parlement. Het debat over de afschaffing van de bibliotheekplicht in de commissie Cultuur van dat parlement, toonde ook duidelijk aan dat de andere meerderheidspartijen het beleid verdedigen en de openbare bibliotheek zien als een lokale verantwoordelijkheid. Zowel Marius Meremans (N-VA) als Caroline Bastiaens (CD&V) uitten hun vertrouwen in de lokale besturen. Voor hen is de kwaliteit van de bibliotheek belangrijker dan de verplichting. CD&V lijkt niet te beseffen dat ze een eigen verworvenheid op de helling zet.

“Vlaanderen hoort op het vlak van de openbare bibliotheken bij de beteren in Europa”, schreef Guy Tegenbos in zijn editoriaal in De Standaard. Terecht, zoals de deelnemers aan de VVBAD-studiereizen naar Barcelona, Stockholm, Marseille en Berlijn konden vaststellen. Het is CVP-minister Rika De Backer die in 1978 met een pennentrek een einde maakte aan de ideologisch geïnspireerde volksbibliotheken ten voordele van goed uitgebouwde gemeentelijke bibliotheken. Dat is een rechtstreeks gevolg van de eerste staatshervorming, waarbij de gemeenschappen de bevoegdheid kregen over cultuur. Het netwerk van openbare bibliotheken zoals we dat nu kennen, is er gekomen omdat Vlaanderen zich op cultureel vlak nadrukkelijk wou profileren. Nu geldt blijkbaar alleen nog de internationale uitstraling. Het Vlaams parlement debatteert over een bibliotheek op de luchthaven van Zaventem, dat naar aanleiding van een artikel in META over de Airport Library op Schiphol. Fijn, maar wanneer komt er een grondig debat over een visie op het lokale cultuurbeleid?

De discussie over de verplichting om een bibliotheek in te richten in elke gemeente, wordt er snel een tussen ‘believers’ en ‘disbelievers’. “U hebt geen glazen bol, en ik ook niet”, zei minister Gatz in het Vlaams parlement. Hij heeft gelijk natuurlijk. Al moest hij in De zevende dag ook toegeven dat hij niet kon uitsluiten dat hier en daar een gemeente haar bibliotheek zou opdoeken. Objectief bekeken is het wel zo dat de afschaffing van de bibliotheekplicht geen enkele meerwaarde biedt voor de bibliotheken. Ook voor die gemeenten die blijven investeren in hun bibliotheek, maakt het niet uit of er nu wel of niet een verplichting is. Alleen voor gemeenten die wel overwegen om hun bibliotheek te sluiten, is de maatregel van belang. Mag de hardnekkigheid waarmee de beslissing verdedigd wordt, dan geen achterdocht opwekken?

Het topje van de ijsberg

Op zich is het afschaffen van de verplichting, maar het topje van de ijsberg. De definitie van de openbare bibliotheek verdwijnt in de prullenbak. De magere kwaliteitscriteria — als we ze zo al mogen noemen — uit het decreet Lokaal Cultuurbeleid komen te vervallen. Het provinciale bibliotheekbeleid staat op de helling en er wordt bespaard, nog altijd, zowel op Vlaams als op lokaal niveau.

Toch moet het debat ons ook gelukkig stemmen. Uit het imago-onderzoek dat de VVBAD recent liet uitvoeren in opdracht van de Vlaamse overheid, bleek al dat er een breed draagvlak is voor de bibliotheek, zowel bij gebruikers als bij niet-gebruikers. Een van de aanbevelingen was dan ook om de gebruikers zelf aan het woord te laten over het belang van de bib. Dat is de voorbije weken massaal gebeurd, spontaan, door burgers die aan den lijve ondervonden hebben dat de bibliotheek een verschil kan maken in een mensenleven. Het Laatste Nieuws informeerde onder meer bij gemeentebesturen in het Hageland en in de noordrand rond Antwerpen naar hun plannen met de bibliotheek. Ze konden nog moeilijk anders dan het belang ervan benadrukken.

Bij de beleidsmakers leeft dus duidelijk het besef dat innovatie in de bibliotheeksector essentieel is. Zo was het einde van ‘e-boeken in de bib’ aanleiding voor alweer een discussie in de commissie Cultuur. Daar bestond eensgezindheid over het belang van dit project. Maar opnieuw bleef een duidelijke conclusie uit. Misschien dat de overdracht van provinciale bevoegdheden en provinciale middelen, ruimte creëert voor nieuw beleid. Maar dat beleid krijgt dan wel best vorm vanuit een duidelijke visie.

Tijd voor actie

De commotie in de pers bracht ook de sector in beweging. Een flinke delegatie bibliotheekmedewerkers liep mee in de Grote Parade van Hart boven Hard, op zondag 29 maart. Zij schaarden zich achter de eerste hartenwens, “samen rijk’: Rijk is een samenleving door degelijk onderwijs, goede zorg, wetenschappelijk onderzoek, sociale zekerheid, bloeiende cultuur en natuur, vlotte toegang tot sport en mobiliteit, … Die rijkdom is van iedereen”.

De VVBAD lanceerde de hashtag #blijfvanmijnbib die vooral door Twitteraars vlot opgepikt werd en Eva Mouton aan het tekenen zette. De vereniging vroeg en kreeg de toestemming om haar cartoon te gebruiken bij verdere acties. Enkele dagen later ging de website www.blijfvanmijnbib.be de lucht in, met de bedoeling een breed publiek te informeren over de problematiek. Speerpunt van de campagne is een postkaartenactie: professionals en gebruikers wordt gevraagd een kaartje te sturen naar de minister. “Investeer een postzegel in de toekomst van je bib en stuur Sven Gatz een kaartje”, afficheerde alvast één bibliotheek.

“Achterhoedegevechten”, zo wordt hier en daar gefluisterd. Misschien, al mogen we verwachten dat de lokale politici die nu juichen, straks in het Vlaams parlement op tafel komen kloppen, als hun bibliotheek de inwoners mag opvangen van de buurgemeente die haar bib gesloten heeft. “Het nieuwe decreet moet stellen dat een gemeente haar bib maar mag afschaffen als ze financieel bijdraagt tot de bibliotheek van de buurgemeente die haar inwoners-lezers zal overnemen”, schrijft Guy Tegenbos met recht en rede in De Standaard.

Maar dat is in wezen een mercantiele benadering: wie haalt er voordeel uit de dienstverlening en wie draait op voor de kosten. Belangrijker is dat er een basisrecht op de helling komt te staan. Het recht op informatie. De Vlaamse overheid zal in de toekomst immers niet meer garanderen dat “elke burger ergens terecht kan met zijn vragen over kennis, cultuur, informatie en ontspanning” zoals het decreet nu stelt. Het lijkt er nu op dat de Vlaamse regering dat recht in de toekomst niet meer wenst te garanderen. De slogan die de VVBAD hanteert, “een bibliotheek in elke gemeente” gaat niet zozeer over het voortbestaan van de instelling op zich. Het is wel een ‘catchy’ vertaling, een concretisering van het recht op informatie. Misschien kan dat ook op andere manieren, maar dat recht moet wel gegarandeerd worden.

Suggesties voor de toekomst

Het kan geen kwaad om even vooruit te denken. Als de regering haar voornemen zonder meer doorzet, wat dan? Er komt in elk geval een nieuw decreet Lokaal Cultuurbeleid, al zal het misschien niet meer die titel dragen. De fusie tussen LOCUS en Bibnet maakt dat noodzakelijk. Dat decreet zou het recht op informatie voor de burger moeten garanderen, ongeacht hoe dat geconcretiseerd wordt. Het lijkt logisch dat er daarbij rekening gehouden wordt met de opmerking van Guy Tegenbos. Het kan niet zijn dat gemeenten opdraaien voor de kosten omdat hun buren schrappen in de dienstverlening.

Van de minister van Cultuur mogen we een duidelijke visie op het lokaal cultuurbeleid verwachten. Hij blijft immers de lokale besturen ondersteunen, al is het maar via het nieuwe steunpunt. Bovendien mogen we hopen dat hij op zijn minst een deel van de provinciale bevoegdheden en de bijbehorende middelen naar zich toe kan trekken. Dat biedt kansen voor nieuw beleid. Een visietraject zoals de minister nu opzet voor het cultureel erfgoed, lijkt ook voor het lokale cultuurbeleid aangewezen. Er is vanuit de bibliotheeksector een duidelijke vraag naar een regionaal beleid. En er is een duidelijke vraag om nog meer in te zetten op innovatie. Dat zijn alvast twee belangrijke thema’s voor die visienota.

Bij het uitwerken van die visie mag de Nederlandse bibliotheekwet inspireren. Bij onze noorderburen is sinds begin 2015 een nieuwe wet van kracht. De rijksoverheid, de provincies en de lokale besturen zijn er gezamenlijk verantwoordelijk voor “een netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen”. Uit dat netwerk stappen kan niet zonder consultatie van de andere partijen en van de inwoners. Een gezamenlijk collectieplan vormt een belangrijk onderdeel van dat beleid en de functies van de openbare bibliotheek zijn duidelijk omschreven.

Als sector doen we er goed aan om er rekening mee te houden dat het zwaartepunt van het beleid zal verschuiven naar het lokale niveau. Zelfs als de verplichting behouden zou blijven, dan nog vraagt de evolutie naar een strategische meerjarenplanning een andere inzet op lokaal niveau. Meer dan ooit zullen we moeten weten wat er speelt op lokaal niveau: waar het bestuur naartoe wil, waar er kansen liggen om meerwaarde te bieden voor andere gemeentediensten, voor lokale organisaties. We mogen niet alleen kijken naar cultuur, maar ook naar onderwijs en welzijn, naar jeugd … De recente heisa in de pers heeft gelukkig bewezen dat er een ruim draagvlak is bij de bevolking. Hoog tijd dat we leren hoe we daarop kunnen inspelen.

Ook voor de beroepsvereniging betekent dat een heroriëntering. De VVBAD kan zich moeilijk richten tot 308 gemeentebesturen. Daarvoor ontbreekt de mankracht. Als vereniging moeten we ons wel afvragen hoe we bibliothecarissen in dit nieuwe landschap zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Meer gericht delen van kennis en expertise is een mogelijke piste, inzetten op een specifiek vormingsaanbod een ander.

Geen tijd dus om bij de pakken te blijven zitten.

Deze tekst verscheen eerst in META 2015-3