zondag 24 juni 2012

Duurzaamheid in het lokaal cultuurbeleid. Veel geblaat, weinig wol?


De LOCUStoer laat me achter met een onvoldaan gevoel - en dat heeft niet te maken met een gebrek aan broodjes tijdens de lunch. De dag aankondigen onder de (onder)titel 'Naar een duurzaam lokaal cultuurbeleid' schept verwachtingen, zeker voor wie al een tijdje op zoek is naar interessante invalshoeken rond dit thema voor bibliotheken en archieven. Uiteindelijk strandde het toch allemaal bij de  - jawel - openingsspeech van Peter Tom Jones die ons allen een sense of urgency moest bijbrengen. Wat hij overigens met verve deed.

Er was natuurlijk nog de queeste naar de duurzame ziel van de culturele sector van socioloog Yves Deweerdt. Waarom het publiek vanop het podium het verhaal moest volgen, was niet zo duidelijk. Of toch, natuurlijk: een symbolische weergave van de overbevolking die ons te wachten staat. En een poging allicht ook om discussie op gang te brengen. Maar als dat de bedoeling was, is het experiment wel mislukt. Het is ook een gevaarlijk spelletje: een externe - in dit geval socioloog die werkt rond transitie in een technologische omgeving - uitspraken laten doen over lokaal cultuurbeleid voor een publiek van cultuurprofessionals. Het risico dat de uiteenzetting verzandt in algemeenheden en evidenties, of erger nog: clichés, is erg groot. Ergerlijk wordt het als de discussie stoelt op sofismen, hoe goed bedoeld ze ook zijn. Berekenen hoeveel CO2-uitstoot bibliotheken besparen door boeken uit te lenen en dus te hergebruiken, is ongeveer hetzelfde als uitrekenen hoeveel CO2-uitstoot de aanwezigen op de studiedag bespaarden doordat ze niet met de auto reden terwijl ze naar de lezing luisterden. Als we elke dag geen boek kopen van 20 euro, hebben we aan het einde van de maand 600 euro gespaard, toch?

Focus heet de gezamenlijke nieuwsbrief van Bibnet en LOCUS en focus was wat er ontbrak op deze LOCUStoer. Van de acht parallelsessies ging er welgeteld eentje over duurzaamheid. Zeven behandelden dus andere onderwerpen en ook in het tooggesprek na de middag over Publieke Werken bleven termen als 'transitie', 'klimaat' en 'duurzaamheid' onbenut. Tenzij we duurzaamheid breed interpreteren en het ook gewoon het voortbestaan van organisaties inhoudt. Maar dan verliest het alle betekenis. We zijn dan altijd met zijn allen in 'transitie' van het verleden naar het heden, leven 'duurzaam' zolang ons leven duurt.

Allicht neem ik het allemaal te ernstig en moest het geheel toch onderhoudend en licht verteerbaar blijven. Maar is de hele klimaatkwestie dan niet belangrijk genoeg om met enige ernst te behandelen? Dat was toch de boodschap van Peter Tom Jones? En mogen we van ons steunpunt niet verwachten dat het wat meer doet dan alleen maar het probleem vaststellen?

Maar misschien valt LOCUS weinig te verwijten. Het hele debat over cultuur als motor voor transitie naar een rechtvaardige duurzaamheid blijft abstract en theoretisch. Het atelier Ecocultuur (pdf) mag dan twee jaar geleden mooie doorbraken geformuleerd hebben, van een echt voortgangsrapport is er op het Cultuurforum 2020 geen sprake. De cultuursector wordt op alle domeinen gevraagd om indicatoren te ontwikkelen om te meten of de doelstellingen gerealiseerd zijn, maar van transitie-indicatoren heb ik nog niet gehoord. De acties die ondernomen worden, zijn gefragmenteerd, kleinschalig, nauwelijks zichtbaar. Een enkele keer teleurstellend, zoals bij de organisatie die begon te meten en moest vaststellen dat haar ecologische voetafdruk alleen maar toenam.

Maar misschien valt de cultuursector weinig te verwijten. Want hoe is het mogelijk dat je woont en werkt in een Vlaamse stad die drie jaar geleden de ambitie formuleerde om tegen 2020 20% minder CO2 uit te stoten, zonder dat je ook maar iets merkt van maatregelen die daartoe genomen worden? En die Vlaamse stad heeft dan nog ambitie, iets wat je van de klimaatconferentie in Rio niet kan zeggen.

We leven in economisch moeilijke tijden. Never waste a good crisis, was de titel van één van de workshops op de LOCUStoer. Straks, na de verkiezingen, mogen nieuwe besturen zich buigen over nieuwe besparingen. Als het erop aan komt harde keuzes te maken, zo was tijdens de receptie op de LOCUStoer hier en daar te horen, zijn de maatregelen rond duurzaamheid de eerste die sneuvelen.

Maar zijn we daar niet ook zelf schuldig aan? Neem je de fiets of het openbaar vervoer als het met de auto twee keer sneller gaat? Hoeveel meer wil je uitgeven aan apparaten die minder verbruiken? Wat wil je inboeten aan inhoudelijke werking om toch die maatregelen rond duurzaamheid te kunnen inplannen? Transitie mag dan een positief verhaal zijn - kiezen voor de toekomst van onze kinderen - het is een verhaal dat onvermijdelijk ook (pijnlijke) keuzes inhoudt.

Wie helpt ons die keuze te maken? Hoe we onze gebruikers meer kunnen laten betalen, daarover wordt het debat aangewakkerd. Wat duurzaamheid ons mag kosten, die discussie gaan we vooralsnog uit de weg. Mag het een criterium zijn bij collectievorming, bijvoorbeeld? Wat is de ecologische voetafdruk van zichtzendingen? Is digitaal ecologisch beter verantwoord dan analoog? (Wie hierop zonder nadenken 'ja' antwoordt, leest best het artikel van Corina Koolen in Boekman 90 eens). Wie brengt onze werkprocessen in kaart en zoekt uit waar duurzame winst mogelijk is? Tijdens de LOCUStoer alvast geen woord over verdere opvolging van het thema.

Voor bibliotheken en archieven was er al een aanzet en komt er zeker nog meer. De VVBAD organiseert op 20 september een Focus op duurzame bibliotheken en archieven. Dat de focus daar weldegelijk op duurzaamheid ligt, mag duidelijk blijken uit het programma. Of de resultaten concreet, bruikbaar en 'duurzaam' zullen zijn, zal afhangen van de deelnemers. De bedoeling is immers om de dag zelf een eerste set van aanbevelingen te formuleren. Die kunnen gericht zijn op het beleid of op de sector zelf. Ook organisaties als LOCUS of de VVBAD kunnen dus aangesproken worden. In elk geval: meer dan een bescheiden eerste stap, zal het niet zijn.