dinsdag 13 september 2011

Trein naar Oostende

Eén.
Je zit op een trein.

Twee.
Je sluit je ogen en probeert te ontspannen.

Drie.
Je rijdt sneller & sneller.

Vier.
Je denkt aan wat komen gaat.
De opbouw: standhouders, technici, wegwijzers, telefoons.
Het congres: volk aan de inkom,  drukte in de beurshal, volle zalen, hitte.
De taakverdeling: onthaal, foto's, de zalen, de beurs & jij van alles een beetje & vooral al wat niet voorzien kan worden.

vijf.
Buiten torenen windmolens boven de bomen.

Zes.
Je stelt je voor wat er mis kan gaan. Brandalarm. Te weinig broodjes. Zalen te klein. Medewerkers ziek. Het diner ...

Zeven.
Je rijdt verder & verder.

Acht.
Je maakt je geest leeg.

Negen.
Je zit op een trein.
Het wordt donker.

Op tien ben je in Oostende.