zaterdag 20 augustus 2011

Geschiedenis op straat

Misschien mag ik wat klagen over het gebrek aan uitleg in de Berlijnse musea - hoewel, was het klagen? - op andere plaatsen zijn de Berlijners dan weer gul.

De stad heeft - alweer een cliché - een bewogen geschiedenis. Die is nadrukkelijk aanwezig. De trots van het herenigde Duitsland wordt weerspiegeld in de koepel op de Reichstag en, meer nog, in de megalomane, ongeremd kapitalistische Potzdammer Platz. Architectuur in al haar vormen is nadrukkelijk aanwezig. Maar heel wat gebouwen getuigen op een subtielere manier van de verschillende episoden uit het verleden. Het Neues Museum, huist in een neoclassicistisch gebouw op het Museum Insel. Het museum werd pas onlangs gerenoveerd, alweer een uiting van het zelfbewuste Berlijn van na de eenmaking. Echnaton en de zijnen huizein in een onmiskenbaar hedendaagse vleugel van het gebouw. Maar een verdieping lager zijn de restanten van de oorspronkelijke muurschildering uit het midden van de negentiende eeuw nog zichtbaar. En voor wie nog twijfelde, getuigen onbezette muren binnenin en nog altijd zichtbare schade aan de buitenkant van het geweld van de wereldoorlog.

In het Museum für Naturkunde - ik besef het, ik val in herhaling - is een trapzaal ingericht als tentoonstellingsruimte. De monumentale trap met het mooie smeedwerk voert allicht niet toevallig omhoog naar meteorieten en sterrenstenen. De zeldzame bezoeker die tot boven loopt, staat alweer voor een verrassing. De ruimtes die daar uitgeven op de trapzaal, zijn niet toegankelijk voor het publiek. De zolders bevatten, zoals wel vaker voorkomt, de depots (behalve dan dat van dieren op sterk water, dat deel uitmaakt van de publieksruimtes). Platen aan de glazen deuren wijzen daarop. En terloops vermelden ze dat het dak nog altijd het nooddak is dat sovjetsoldaten na de oorlog over het beschadigde gebouw legden.

Wat  verderop, in de Hackesche Höfe, één van Berlijns toeristenvallen, zijn dan opeens qr-codes te vinden die verwijzen naar filmpjes met meer informatie over de architectuur van en het leven in dit Jugendstilcomplex.

In Nordbahnhof worden argeloze S-bahnreizigers geconfronteerd met de geschiedenis van de Berlijnse muur. Afgesloten metrostations, gedurfde pogingen om de grens over te steken - te ondergraven eerder, want hoe hoger de muur werd, hoe meer de Oost-Berlijners ondergrondse wegen naar het Westen zochten. Buiten wacht een intelligente combinatie van restanten, reconstructie en evocatie. Reuzenfoto's en minibeelden: een kerk die moest wijken voor de muur, een familie die uit het raam van een Oost-Berlijns gebouw op de  West-Berlijnse stoep springt. Lopen door de Bernauer Strasse is gewandelde geschiedenis.

Is er een pointe aan dit verhaal? Misschien wel deze: dat Berlijn de confrontatie met de geschiedenis op straat aangaat: boven, op en onder de grond. Eerder daar dan in de musea, hoe mooi die ook zijn. Daar worden de verhalen verteld, aan de hand van de stad en van de architectuur, subtiel, sober en aangrijpend.

Niet akkoord? Loop dan even de Neue Wache in en kijk naar het beeld van Käthe Kollwitz, steek dan de straat over en kijk omlaag, naar de lege bibliotheek.