zaterdag 9 april 2011

Over de toekomst van (micro-)uitgevers

Misschien wat vreemd dat een bibliothecaris uitspraken doet over de toekomst van het uitgeversvak, maar laat mij dan maar beginnen met te zeggen dat ik geen bibliothecaris ben. Al heb ik wel het diploma, ik heb het beroep nooit uitgeoefend. Net zo min als dat van archivaris overigens. Ik ben manager van een kleine non-profit organisatie die ook optreedt als uitgever. Van een tijdschrift in de eerste plaats, maar ook af en toe van andere publicaties, waarvan de impact soms veel verder reikt dan de oplage doet vermoeden. Laat ons dus maar stellen dat ik als micro-uitgever zicht heb op het uitgeefproces en dat ik daar nog wat ervaring als boekhandelaar aan kan toevoegen.

De rol van de uitgever zoals we die nu kennen, is ontstaan met de opkomst van de massamedia. Daarvoor waren het drukkers, of soms boekhandelaren, die deze rol op zich namen. Nu is de uitgever de spil in het proces. Hij verzorgt de contacten met auteurs, vormgevers, drukkers, distributeurs, pers en media, marketeers, boekhandelaars en niet zelden ook rechtstreeks met het publiek. Het viel mij op, een hele tijd geleden, dat André Van Halewijck, toch een ancien, tijdens een gastcollege aan de Universiteit Antwerpen over zijn rol als uitgever, nauwelijks over deze aspecten van zijn vak sprak. Hij was vooral aan het rekenen. En dat is niet toevallig. Want als de uitgever de spil is, dan komt dat ook omdat hij in belangrijke mate de bank is. Met uitzondering van publiek en boekhandel betaalt hij alle partijen, soms zelfs voordat hij ook maar één exemplaar verkocht heeft. Het is maar te hopen dat de verkoop voldoende is om de kosten te dekken.

Dat mijn kleine non-profit organisatie ook micro-uitgever is, kan maar omdat we de kosten weten te beperken tot het absolute minimum. Onze positie geeft ons een direct contact, zowel met (potentiële) auteurs als met (potentiële) klanten. We hebben dus geen distributeurs nodig en zijn niet aangewezen op de boekhandels om onze publicaties te verkopen. We controleren zelf een deel van de vakpers, zodat we niet hoeven te investeren in publiciteit. De oplages zijn zo klein dat we ze zelf kunnen stockeren. De vormgeving doen we zelf, dus het drukken op zich is de grootste kost die overblijft. Daardoor blijven onze publicaties betaalbaar. Maar zelfs dan schieten wij voor en hopen we dat de verkoop voldoende opbrengt.

In 2020, om die magische datum nog maar eens te gebruiken, zal naar verluid alles anders zijn. Tegen dan is het e-book doorgebroken, al kan het wat mij betreft ook wel vijf of tien jaar later zijn. In elk geval, als het zover is, zal onze rol als uitgever zo veranderd zijn, dat we gerust de vraag kunnen stellen of we die naam nog wel kunnen gebruiken. Met andere woorden, mijn stelling is dat er binnen tien à vijftien jaar geen uitgevers meer zullen bestaan.

Om het verhaal maar vanuit ons perspectief van micro-uitgever te beginnen, als wij e-books gaan uitgeven, valt de belangrijkste kost weg: het drukwerk. Ook alle werk en kosten voor het verzenden vallen weg. We kunnen dan aan heel andere businessmodellen gaan denken. We zouden onze publicaties misschien gratis kunnen verspreiden onder onze leden, zoals we nu eigenlijk al doen met ons tijdschrift.

Maar voor een grote uitgever, een échte uitgever, hoor ik u zeggen, verandert er toch niet zo veel. De kosten van drukken, fysieke opslag en verzending vallen weg. Maar elektronische opslag en distributie kosten ook geld. En marketing blijft een noodzaak. Allemaal waar, alleen is daar geen uitgever meer voor nodig. Denk even met mij mee.

Een auteur kan gemakkelijk zelf zijn publicatie afwerken. In 2020 is het maken van een elektronische publicatie in pdf of epub of welk formaat dan ook gebruikelijk zal zijn, een fluitje van een cent. Zelfs het hele digital rights management zal standaard geregeld worden door het softwarepakket. Je hoeft maar in te stellen hoe vaak een bestand gekopieerd mag worden, hoe vaak uitgeleend, allicht kun je aan die opties ook meteen een prijs koppelen. Daarmee heb je uiteraard nog geen kopers gevonden. Daar heb je ook helemaal geen uitgever voor nodig. Want waar zitten de kopers?

In 2020 zijn we permanent online. Onze e-books hebben we niet gestockeerd op één drager, want dat vinden we een onaanvaardbare beperking. We lezen soms op onze tabletcomputer, soms op onze smartphone, soms op onze desktop en - wie weet - 's avonds lezen we verhaaltjes voor aan onze kinderen vanaf de televisie. We slaan onze boeken dus op in de cloud. En we willen één plaats waar we onze hele collectie kunnen bewaren en ordenen. Een plek dus, onafhankelijk van de uitgever van het boek (maar goed, uitgevers bestaan toch niet meer dan), onafhankelijk van de auteur, van de handelaar waar we ze gekocht hebben, onafhankelijk ook van het formaat van de boeken die je gekocht hebt. Stel het je maar voor als een soort LibraryThing waar je niet alleen metadata kan opslaan, maar ook de boeken zelf. Allicht zullen we altijd wel meer dan één platform nodig hebben, maar toch. Amazon zou een dergelijk platform kunnen worden, al vinden we daar momenteel geen Nederlandstalige boeken. Maar ook andere intermediairs kunnen zich in een dergelijke richting ontwikkelen. Spelers als Swets en Ebsco ontwikkelen zich nu al in die richting, zij het dan voor wetenschappelijke elektronische publicaties. En wie weet, heeft LibraryThing tegen 2020 het potentieel van een dergelijke dienstverlening ontdekt.

Als vandaag de uitgevers de banken van het boekenvak zijn, dan zullen dat in 2020 die distributieplatformen zijn. Het Vlaamse e-bookplatform, maar dan niet meer Vlaams. De ontwikkeling en het onderhoud van dergelijke platformen overstijgen de financiële mogelijkheden van individuele uitgevers. Vandaar ook dat Boek.be noodgedwongen partner is van Bibnet in het Vlaamse E-bookplatform. Om hun voortbestaan te verzekeren, zullen de platformen extra diensten moeten leveren, aan marketing moeten doen. Het lijkt bijna onvermijdelijk dat de e-bookplatformen functies gaan combineren: opslag voor de producent, verkoop, toegang voor consumenten en bibliotheken (die, dat mag gezegd, in 2020 niet verdwenen zullen zijn, in tegenstelling tot de uitgevers).

Is er dan helemaal geen rol meer voor uitgevers? Toch wel. De André Van Halewijcken van 2020 zullen eerder consultants zijn dan uitgevers. Ze zullen auteurs helpen contract op te stellen met de platformen; ze zullen auteurs adviseren inzake bestandsformaten en vormgeving; ze zullen contacten onderhouden met de lokale en de regionale pers.

En de openbare bibliotheken? Die bestaan uiteraard nog. Het aanbod wordt immers zo overweldigend groot dat iemand een kwaliteitsvolle selectie zal moeten maken. Zelfs in 2020 zal niet elke burger online zijn. Er blijft nood aan toegang en begeleiding. Zelfs in 2020 zullen de distributieplatformen niet geïnteresseerd zijn in de opslag van titels die alleen nog erfgoedwaarde hebben. Zelfs in 2020 zal niet elke burger zich elk boek kunnen veroorloven dat hij of zij moet of graag wil lezen.

Als uitgever zal onze organisatie dus allicht niet meer bestaan in 2020. Erg is dat niet, ons businessplan ligt klaar


Published with Blogger-droid v1.6.8